
Waarom de meeste buitenthermen eigenlijk kapotgaan (en hoe we dat oplossen)
Er is een klein geheim rondom IP55-buitenthermen: ze gaan zelden kapot door een defect in het verwarmingselement. Meestal ligt het probleem ergens anders, namelijk op de plek waar de draden in het chassis komen.
Denk er eens over na: deze apparaten staan buiten. Ze moeten binnen enkele minuten van extreme kou naar extreme hitte. Dit zorgt voor een soort “ademen”-effect: het apparaat wordt heet, zwelt op, en wanneer het weer afkoelt, wordt er vochtige lucht via alle kleine openingen in de draden naar binnen gezogen.
De strijd tegen hitte en vochtigheid
De leidingdraden zijn bijna altijd het zwakste punt. Als je goedkope lijm gebruikt, droogt deze uit en barsten de draden. Zodra deze afsluiting verdwenen is, komt zuurstof en vocht rechtstreeks in contact met het koper.
Dan wordt het serieus: de draden oxideren, de isolatie raakt beschadigd en alles begint af te brokkelen. Om dit te voorkomen, gebruiken we geen goedkope oplossingen. We maken gebruik van industriële siliconenmaterialen die bestand zijn tegen hoge temperaturen. Hierdoor blijven de draden veilig beschermd, ongeacht hoe slecht het weer is.
Waarom “goed genoeg” niet voldoende is
Je zult veel thermen vinden die beweren IP55 te zijn, maar als je er goed naar kijkt, gebruiken ze gewoon simpele rubberen afsluitingen. Die houden het niet lang vol.
Wij doen het anders. We gebruiken een meerstadige methode: eerst een mechanische afsluiting, daarna een laag thermisch bestendig materiaal. Waarom deze moeite nemen? Omdat vocht anders kan binnendringen, waardoor er kortsluitingen kunnen ontstaan. Dat is een serieus veiligheidsrisico. De enige manier om dit te voorkomen, is door de draden op de juiste manier te verwerken.
Het lastige gedeelte
Er is echter één probleem: hoe steviger de afsluiting, hoe moeilijker het is voor de draden om hitte af te geven. Als je dunne draden gebruikt in een vacuümloze afsluiting, kunnen de draden van binnenuit oververhit raken.
Daarom gebruiken we draden met een grotere diameter. Ze kunnen de hitte beter verdragen. Het gaat erom een balans te vinden tussen een luchtdicht chassis en een circuit dat wel kan “ademen” en de hitte kan weerstaan.